Hoe ik na mijn eerste moord zwanger bleek te zijn

Tijd voor een bekentenis. Nee, ik ben niet zwanger. En nee, ik heb ook geen… Dat dacht je toch niet serieus, hè? Toch klopt de titel van dit blogartikel.

Mijn liefde voor schrijven zit diep. Toch leek het er een poosje op dat deze liefde over was. De keuzes die ik die periode maakte hadden weinig met tekst maken. Wel bleef ik het werkgewijs in de creatieve hoek zoeken.

Oude liefde roest niet, zo bleek na mijn tienertijd. De schrijfkriebels kwamen terug. Heviger dan ooit. Het grafisch vormgeven vond ik leuk, net zoals het bouwen van websites, alleen zag ik mezelf dit niet jarenlang doen. Schrijven, dat wilde ik. En niet zomaar. Het verhaal dat al langere tijd in mijn hoofd woonde, moest een boek worden.

Tegen iedereen die wilde luisteren vertelde ik over mijn plan.
En daar bleef het bij, bij een plan. Zonder actie gebeurt er immers niets. Na drie jaar merkte ik op dat het gênant werd. ‘Ja, Marleen gaat een boek schrijven. Hahahaha. We zullen zien. Waarschijnlijk zullen we het niet zien!’

Maar ik zou Marleen niet zijn als ik mijn droom zomaar opgaf. Ik pakte mijn pen mijn toetsenbord erbij en werkte gestaag aan een thriller die zich afspeelt in een dorpje in West-Friesland, de streek waar ik ben opgegroeid. Een thriller ja, want ik zou thrillerschrijfster worden.

Bloed, moord, doodslag. Helemaal mijn straatje.

(Fictief dan hè, ik wil je niet bang maken.) Vol goede moed begon ik aan het verhaal.

Maar na mijn eerste moord bleek ik zwanger te zijn.

Niets aan de hand, met een dikke buik kun je best nog op een toetsenbord rammen. Totdat bij een echo bleek dat mijn zoontje net als ik met een schisis ter wereld zou komen. Dat is een heel verhaal, en om die reden (nou, dat is niet helemaal waar) heb ik dat in boekvorm gegoten. Dat boek over schisis móest er gewoon komen.

Na dat boek pakte ik mijn thrillermanuscript er weer bij. Ineens was daar Paul. Niet in mijn thriller, maar in real life. Mijn oud-klasgenoot van de basisschool. Verslaafd aan van alles maar inmiddels succesvol afgekickt, wat te volgen was in het BNN-programma Spuiten & Slikken. We raakten met elkaar in contact; ik had Paul een berichtje gestuurd naar aanleiding van het programma.

Het in-heel-enkele-gevallen-leuke van in een dorp opgroeien is dat iedereen elkaar kent en alles aan elkaar doorgeeft. Paul zijn moeder had via via ‘op het dorp’ gehoord dat ik een boek had geschreven en Paul wilde zijn verhaal in boekvorm gieten. Een plus een is nog altijd twee. Ik voelde een innerlijke drang: ik wilde zijn verhaal schrijven.
Heel. Erg. Graag.

Maar ja, die thriller, die wilde ik ook afmaken…

Inmiddels had ik mezelf wat beter leren kennen. Eén project tegelijk werkt voor mij stukken productiever dan continue mijn impulsen volgen. Met pijn in mijn hart schreef ik Paul dat ik geen tijd had en ik stortte me op mijn volgende moord.

Toch bleek dat ik ook dit boek móest schrijven. Want toen de eerste versie van mijn thrillermanuscript voltooid was, kwamen Paul en ik bizar genoeg weer met elkaar in contact. Paul had nog geen andere schrijver gevonden, maar zijn droom bestond nog steeds. Twee dromen samen werd een boek.

Ik was nog in dubio hoe ik mijn thriller de wereld in wilde brengen. Via een reguliere uitgeverij? Zelfstandig? Ik had inmiddels diverse uitgeverijen aangeschreven, maar het duurt vele maanden voordat je daar mogelijk(!) een reactie van krijgt.

Lang verhaal kort: er kwam weer een boek op mijn pad. ‘Anders wonen – Verhalen van paradijsvogels.’

Gek toch, al die boeken die maar geschreven móesten worden? Ach, het zal het creatieve proces zijn dat zich in mijn brein afspeelt. En wie ben ik om die flow niet te volgen en dit in resultaat om te zetten?

Tijdens het creëren van ‘Anders wonen’ nam ik het besluit dat mijn volgende boek hoe dan ook die thriller zou zijn. Eindelijk. Een aantal gebeurtenissen deed me beseffen dat ik dit boek juist in eigen beheer uit wilde geven. De bezwaren die ik toentertijd had om dit niet te willen, die waren gaandeweg verdwenen. Je ziet, tijd is zo nu en dan best een behulpzaam iets.

En zo is daar mijn doel voor 2018: de thriller genaamd ‘Skoftig’ uitgeven.

De eerste versie staat al op papier, wat je misschien doet denken dat dit boek binnen no-time klaar is. Dat klopt niet. Er is nog genoeg werk te verzetten, en met dat werk ben ik deze maand aan de slag gegaan.

Hoewel ik kan zeggen dat ik inmiddels de nodige ervaring heb en weet wat er moet gebeuren, is het fijn zo nu en dan te kunnen overleggen met collega’s. Feedback te ontvangen. Dillema’s voor te leggen. Een portie extra motivatie. Daarom ben ik met een aantal leden van mijn schrijfclub om tafel gaan zitten. Alle drie willen we dit jaar een boek uitgeven. Tijdens de eerste bijeenkomst hebben we elkaar ondervraagt. Vooral de waarom-vraag hield ons bezig.

Wat is je motivatie om dit boek ter wereld te brengen? Wat is je echte drive?

Het lijkt zo’n simpele vraag, en ik zou me er makkelijk vanaf kunnen maken: omdat ik die innerlijke drang voel. Maar er zit altijd meer achter. Ik ben bezig om dat onder woorden te brengen, zodat mijn motivatie volledig helder is en ik daarnaar kan handelen.

Daarnaast ga ik mijn manuscript herlezen en een bepaalde verhaallijn onder de loep nemen. Spannend, want ik heb al zeker anderhalf jaar het document niet meer geopend. Zoals je hebt kunnen lezen heb ik het document vaker langere periodes rechts laten liggen. Steeds wanneer ik mijn werk opnieuw las werd ik positief verrast. Heb ik dat echt geschreven? Cool! (Godzijdank, beter zo natuurlijk dan andersom.) Dat gevoel doet ook die drang toenemen: dit werk wil ik kunnen delen voor een ieder die dit wil lezen. Dit moet de wereld in. Halleluja!

Die bekentenis?

Ik vind het rete-spannend om dit boek uit te geven. Veel spannender dan mijn eerste drie boeken. Een constatering waarmee ik mezelf heb verbaasd. Immers, in mijn eerste boek beschreef ik mijn persoonlijke ervaringen betreffende een gevoelig onderwerp. Al mijn schisisgerelateerde onzekerheden heb ik gedeeld. Daarbij was bleek mijn ‘schrijfstem’ er een te zijn die graag het randje opzoekt. Humor. Sarcasme. Het mag allemaal. En met zo’n kwetsbaar onderwerp moet je nog maar zien op je de schrijfplank niet volledig misslaat. (Gelukkig niet gebeurd!)

Bij mijn andere twee boeken heb ik de verhalen van anderen opgeschreven. Ook al zo kwetsbaar. Natuurlijk, ze hebben alles van tevoren gelezen, maar het is niet niks. In een enkel geval was het ook best even zoeken om naar ieders tevredenheid tot een eindresultaat te komen.

En toch, toch vind ik het delen van het verhaal bij ‘Skoftig’ vele malen spannender. Ondanks dat het volledig fictie is. Fantasie. Ik hoef met niemand rekening te houden. Ik speel alleen op papier met gevoelens van fictieve personages.

Waarom voel dit dan zo?

Omdat dan te lezen valt hoe bizar het er in mijn fantasie aan te kan gaan. Hoe zieke dingen ik kan bedenken. Hoe ik me (hopelijk!) in kan leven in personages die dingen doen die ik in het echte leven nooit zou doen, maar waar je als lezer dan toch aan gaat twijfelen. (Dat is dan wel weer een teken van een geslaagd verhaal, uiteindelijk is dat dus bijzaak.) Waarom ben ik toch zo dol op lugubere verhalen? Waarom wil ik dit delen? Wat draagt het bij? Wat is mijn drive, die diepste laag, mijn waarom?

Wat de antwoorden op deze vragen ook mogen zijn, deze thriller zal er hoe dan ook komen.
Omdat het moet.
Omdat ik het zo voel.
En dat, dat is toch skoftig mooi!*

Welke bezigheid geeft jou dat flowgevoel? Dat ‘ik móet dit doen’-gevoel?

*Dialect uit West-Friesland (NH) voor geweldig/schitterend/fantastisch

SPREID HET WOORD!

14 reacties op “Hoe ik na mijn eerste moord zwanger bleek te zijn”

  1. Zo wat stoer dat je dit hebt gedaan! Lijkt me zo spannend om een boek uit te geven. Heb je verder ook nog hulp gehad van bijv, een auteursbureau? Het lijkt mij namelijk best lastig om een boek uit te geven zonder contacten.

  2. Je titel is wel pakkend, laat je toch drukken van dit wil ik lezen. Enigszin had ik twee gedachtes of je hebt het echt gedaan of dit gaat om een boek haha maar als het echt zou zijn zou je dat niet open en bloot zeggen dus bleef er 1 gedachten over hahaha

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *