Een zeer persoonlijke noot van mijn innerlijke criticus

    Mijn schrijfwerk moet foutloos Nederlands zijn. Alle d’s en t’s moeten op de juiste plek staan. Ik mag geen domme fouten maken. Als schrijver moet je een zin met twee vingers in je neus kunnen ontleden.

    Taalfouten
    Voordat ik mijn eerste boek schreeuwde mijn innerlijke criticus enthousiast deze teksten naar me. Geweldig. Ik weet dat niet foutloos schrijf. Ik weet dat ik taalkundig gezien nog veel kan leren. Dat doe ik ook, alleen daarmee voorkom ik niet dat er soms taalfouten in mijn werk sluipen.

    Energie in tekst
    Destijds had ik een blog, maar ik liet me zo nu en dan door deze stem belemmeren. En hoe meer ik me hierdoor liet leiden, hoe meer fouten er in zo’n tekst slopen. Ik begon te twijfelen over mijn kunnen. Dan schreef ik een tekst en liet deze expres een paar dagen rusten, zodat ik er weer met een frisse blik naar kon kijken. Maar tegen de tijd dat het stuk mijn goedkeuring kon wegdragen en ik het publiceerde, was de oorspronkelijke energie er al uit. En alsnog zag ik af en toe fouten over het hoofd. Vaak ook fouten die ik wel herken als fouten, maar waar ik op dat moment overheen las.

    Ben ik wel een echte schrijver?
    Er was een bepaalde angst. Als schrijver – mocht ik mezelf überhaupt wel zo noemen?!?! – moest ik toch foutloze teksten kunnen publiceren? Het world wide web is een broedplaats van taalzifters. Daar zat ik niet op te wachten.

    Professionele redactie
    Inmiddels ben ik bijna vier boeken verder. Mijn boeken worden professioneel geredigeerd. Wat overigens niet betekent dat alle foutjes er altijd zijn uitgehaald en de tekst ‘perfect’ is, het blijft mensenwerk. Voor mijn overige schrijfwerk besteed ik steeds meer redactiewerk uit. Daarnaast ontwikkel ik me, ik leer nog steeds bij en dat blijf ik ook doen. Maar niet alles valt te voorkomen.

    De angst achter me gelaten
    Die angst heb ik inmiddels al jaren al achter me gelaten. Niet dat ik er niet meer van baal als er fouten in mijn teksten zitten, maar ik laat me er absoluut niet door tegenhouden. Ik wil kunnen delen, mijn energie middels schrijfwerk verspreiden en daarmee mensen plezieren. Dat is het allerbelangrijkste.

    Innerlijke criticus
    Bij mijn schrijfclub hebben we een keer een interessante opdracht gedaan waarbij we onze innerlijke criticus lieten spreken. Heel verhelderend. De vervolgopdracht was om een brief te sturen aan deze innerlijke criticus.

    Bij deze het woord aan mijn voormalige criticus. Geniet ervan, want meer podium dan dit zal hij niet krijgen. Daaronder mijn reactie.

    De innerlijke criticus van Marleen
    “Ik ben de criticus van Marleen. Af en toe kom ik om de hoek kijken, maar ik voel me steeds minder welkom. Mijn favoriete zin om in haar oor te fluisteren is: ‘Is het wel goed genoeg wat je schrijft?’ Of een variant daarop. Dan begin ik te zingen over grammatica, taalfouten, stijlfouten en al wat meer. ‘Je kunt niet eens fatsoenlijk een zin ontleden,’ zeg ik dan. ‘En jij durft te beweren dat je vroeger, op school, goed was in Nederlands?’

    Tegenwoordig schrijft Marleen over mij heen. Ze negeert me. Het kan haar weinig meer schelen of iets perfect geschreven is. Mijn vriend, meneer Perfectionist, plaagt haar daar geregeld mee. Hun verbintenis is inmiddels ook een stuk losser geworden, maar zijn band met haar is toch nog closer dan de mijne.


    Ik geef alle ‘onbekenden’ de schuld van de ontstane afstand tussen ons. Marleen heeft inmiddels een paar boeken geschreven en online vanuit het niets een goed bezochte website gecreëerd. Voorheen kreeg ze al wel complimenten van mensfiguren die om haar geven, maar ja, die geven voornamelijk positiviteit.

    Het kwam door de onbekenden dat ik kleiner werd.

    Zij zeiden namelijk dat ze geraakt werden door haar teksten. Dat ze haar werk goed vonden. Maar wat mij pas echt in het nauw dreef, dat is haar zelfvertrouwen. Ze schrijft. Punt. Daar wordt ze blij van. En ja, anderen zijn misschien beter. Zeker taaltechnisch gezien. Dat probeer ik haar in te wrijven door haar mooie boeken te laten lezen. Het is alleen jammer dat ze geen moeite meer doet om de beste te zijn. Hm, die vriendschap tussen haar en meneer Perfectionist is wellicht toch meer verwaterd dan ik dacht.

    Marleen wil gewoon schrijven. Ik laat haar maar, en houd me schuil. Sporadisch laat ik me nog even zien, maar wellicht moet ik toch eens een verhuizing in overweging nemen.”


    Beste criticus,

    Mijn werk is goed genoeg, daar wil ik deze brief aan jou mee beginnen. Je hebt me met die kritiek lang op de huid gezeten, maar nu heb ik je voorgoed van me afgeschud. Ik ben er namelijk achter dat jouw ‘goed genoeg’ weinig betekenis heeft.

    ‘Goed genoeg.’ Wat betekent dat nu eigenlijk? Het is een maatstaf die niet te meten valt. Niet in het algemeen, want iedereen zal hier een andere betekenis aan hangen. Goed genoeg voor jou, ervaar ik misschien als fantastisch. Voor sommige mensen is nooit iets goed genoeg, arme zielen. Maar ook persoonlijk gezien kan ik weinig met deze term.

    Toch besef ik dat als er iemand iets met deze term kan of moet, ik diegene ben.

    Niet jij.

    Dat jij mij influistert dat mijn werk niet goed genoeg is, dat zegt iets over jou. Het is aan mij wat ik met deze woorden doe. Dat is mijn deel. Met terugwerkende kracht is het lastig te beoordelen waarom ik me door jouw stem liet beïnvloeden. Want jouw woorden raakten mij, terwijl ikzelf geen idee had welke waarde ik hieraan hing. Wat is voor mij goed genoeg? Wanneer komt mijn schrijfsel door de keuring ‘goed genoeg’?

    Ik heb het antwoord niet paraat.

    Het doet er ook niet toe. Althans, niet voor jou. Het hoort bij mij. Het is goed, en van jou heb ik meer dan genoeg.
    Of juist niet meer, het is maar net hoe je het bekijkt.

    Marleen

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *