Kotsmisselijk worden van je eigen manuscript en zwaaien naar een kanarie

Je diepste zielenroerselen ontbloot. Je hoofd geleegd middels de pen en daarmee al je gedachten gevangen in inkt. Poe, niet gek dat het delen van je eigen schrijfwerk kan aanvoelen als een enorm spannend en grootschalig evenement. Een evenement waarop je jouw papieren baby gaat showen: de eerste versie van je manuscript. Al je inspanning, alle energie die je erin hebt gestopt… Het eeuwige geschaaf en geschrap. Maar nu ben je tevreden. Party time!

Schrijvers in alle soorten en maten

De afgelopen jaren heb ik vele schrijvers mogen ontmoeten, van broodschrijvers tot hobbyschrijvers en alles wat daartussen zit. De simpele maar doeltreffende conclusie luidt: je hebt schrijvers in allerlei soorten en maten. 

Mooi!

Ik ontdekte dat er ook een subcategorie is, waarvan ik het bestaan voorheen niet kende. Tot mijn verbazing stuitte ik diverse malen op schrijvers met een bepaalde overtuiging en ik leerde dat het om een geheel eigen soort gaat.

Meesterwerk

Ik heb het over het ogenschijnlijk zelfverzekerde type dat ervan overtuigd is dat zijn werk een meesterwerk is. 

Dat snap ik, dat snap ik zelfs heel goed. Een beetje overtuiging van je eigen kunnen kan geen kwaad! En als je het vaak genoeg zegt en hoort, ga je het vanzelf geloven.

Objectief je tekst laten beoordelen

Het punt is: het gaat hierbij vaak om de beginnende schrijver. Om schrijvers die nog geen schrijfmeters hebben gemaakt. Om schrijvers die hun eerste manuscript hebben geschreven en ervan overtuigd zijn dat het een bestseller gaat worden, zonder dat er iemand met enig verstand van zaken naar de tekst heeft gekeken. 

Nee, over het algemeen zijn je moeder, je beste vriend, de buurvrouw en de kanarie van de nicht van je buurvrouw niet de meest objectieve beoordelers.

‘O, kijk onze Toos eens, hoe knap van haar. En maar rammen op dat toetsenbord. Alles wat zij doet is zó fantastisch, maar ja ik ben dan ook gek op haar. Kind, dit wordt een bestseller, let maar op mijn woorden.’

Beter let je als schrijver niet op die woorden! Beter leer je dat de eerste versie van je manuscript nooit de beste versie is. Ook bestsellerschrijvende auteurs hebben in de meeste gevallen kritische proeflezers en sowieso minimaal een genadeloze redacteur. Ge-Na-De-Loos.

Maar dat is niet wat dit type schrijver wil horen…

Van tegengas wordt je boek beter

Natuurlijk wil je horen dat wat je geschreven hebt geweldig is. Dat levert je immers een heerlijk gevoel op. Als dat je doel is, dan is dat prima. 

Maar wanneer je doel is om er het allerbeste manuscript tot jouw kunnen van te maken, zul je een manier moeten vinden om met deze opbouwende feedback om te gaan. Een boek schrijven is een leerproces. Van tegengas wordt je boek beter.

Kiezen dus: of een goed gevoel, of schaven aan je schrijfwerk en het klaarmaken voor publicatie. Dat goede gevoel komt daarna wel, echt waar.

Kotsmisselijk van mijn eigen manuscript

Mijn vierde boek komt bijna uit. Ik zit nu in de fase dat ik het manuscript van Skoftig beu ben. Wéér aanpassen. Wéér iets herschrijven. Of schrappen. Of wat dan ook. Dit meestal naar aanleiding van feedback van proeflezers en professionals. Uit ervaring weet ik dat dit gevoel de komende weken nog erger gaat worden. Er komt straks dan ook een moment, net als bij mijn vorige boeken, dat het manuscript me kotsmisselijk maakt. Dat ik het niet meer kan lezen en dat de twijfels toenemen. En dat is het moment dat dat het genoeg is. Dat ik er alles heb uitgehaald wat op dat moment binnen mijn kunnen ligt.

Schrijven doet pijn

Deze fase hoort bij het proces van het tot stand komen van een boek. Dat klinkt misschien niet heel fijn, het is wel mijn realiteit. Schrijven doet soms een beetje pijn. Eenmaal daar doorheen, blijkt het altijd de moeite waard te zijn geweest. Die pijn wordt vervangen door het gevoel van verlangen naar het schrijven van een nieuw manuscript. Vol verliefde kriebels beweeg ik me dan door het leven en zwaai zelfverzekerd naar de kanarie van de nicht van mijn buurvrouw.

Facebook
Twitter
RSS