Hoe ver ga je om je schrijfstijl aan te passen?

Je eigen schrijfstijl ontdek je door veel te schrijven. Hoe simpel is dat. Soms lees ik een boek waarbij ik verliefd word op de schrijfstijl van de schrijver. Oh, als ik zó toch eens kon schrijven… Dat dacht ik vroeger. Vroeger, toen ik mijn eigen stijl nog niet had gevonden.

Mijn minnaars

Tegenwoordig heb ik nog steeds mijn literaire minnaars en minnaressen, maar ik streef er niet naar op hen te lijken. Ik wil gewoon mezelf zijn, en op dat gebied weet ik inmiddels wie ik ben en wat mijn eigen schrijfstijl is.

Dicht op de huid

Waarover ik ook schrijf, ik hoor vaak dat mijn teksten lekker weglezen en toegankelijk zijn. Daarnaast gooi ik er graag wat humor in en schuw ik niet  om de randen op te zoeken. Dit om mensen te prikkelen. Ik maak teksten persoonlijk, zit dicht op de huid en kies voor direct taalgebruik.

Marleen-woorden

Daarbij ben ik dol op typische Marleen-woorden en -constructies. Uitdrukkingen of woorden die taaltechnisch misschien niet volledig kloppen, maar die een tekst heel eigen maken. Soms vind ik mijn eigen vondsten enorm grappig en geniaal gevonden. (Zo nu en dan is de gemiddelde lezer het met me eens, andere keren maken proeflezers me liefdevol duidelijk dat mijn genialiteit zich vooral in mijn hoofd afspeelt… Ha, precies daarom heb ik proeflezers.)

Zoeken naar de juiste toon

Bij mijn eerste non-fictie boek was het even zoeken naar de juiste toon. Die humor en het opzoeken van de randen, dat hoort bij mij. Maar de doelgroep van het boek is de (toekomstige) ouder die pas op de hoogte is dat zijn kind een schisis heeft. Die periode wordt veelal ervaren als een emotionele rollercoaster. Dan moet je in je tekst wel de juiste toon weten te treffen.

Aan de reacties te merken is dat goed gelukt. Het herkenbaar beschrijven van alle onzekerheid en angst die bij die doelgroep speelt, wordt daarin veel genoemd. Maar ook de humor komt terug in de reacties. 

Doel geslaagd.

Bijna de plank volledig misgeslagen met de titel van mijn boek...

Toch had ik de plank bijna volledig misgeslagen wat betreft de titel van dit boek. Ik wilde mensen laten zien dat het hebben van een schisis veel meer inhoud dan mensen vaak denken, maar ook dat er uitstekend mee te leven valt en dat mijn ervaringen hiermee overwegend positief zijn. Wat als ik nu eens koos voor een prikkelende titel? Hoera, geboren met een schisis! Prikkelend, absoluut. Maar het had niet aangesloten bij mijn doelgroep. Dat ‘hoera’ moest eraf.

Wat is het belangrijkste element van een thriller?

Bij het schrijven van mijn thriller mocht ik opnieuw op zoek naar de best werkende manier om mijn schrijfstijl te combineren met het gekozen genre en de doelgroep.

Wat is het belangrijkste element van een thriller? Dat het verhaal spannend is! Logisch, zou je zeggen. Nou, die spanning erin stoppen lukte me, net als de in mijn ogen grappige, humoristische vondsten. Helemaal mijn stijl.

Totdat een van mijn eerste proeflezers me erop wees dat die vondsten de spanning uit het verhaal haalden. Zat ze net in een spannend stuk, moest ik als schrijfster weer tussendoor piepen met een spitsvondige vondst. Heel irritant, voor haar.

Hoofddoel is een razend spannend verhaal

Wat was mijn hoofddoel? Een echte thriller schrijven? Of iets anders? Dat was duidelijk: ik mocht gaan schrappen. Een enorme kill-your-darlings-experience, maar wel met (razend spannend) resultaat.

Kritische proeflezer

Toch was ik er nog niet. Mijn laatste proeflezer is bovenmatig kritisch als het gaat om taalkundig juiste teksten. Precies om die reden ben ik zo blij met haar als proeflezer. De kleine, speelse Marleen-vondsten worden genadeloos weggestreept. Dus waar ik het leuk vind om te schrijven ‘hij hing zijn baan aan de bomen’, zegt zij dat ik die baan gewoon aan de wilgen moet hangen. Punt.

In hoeverre wil ik me aanpassen?

Hoewel je eindeloos kunt discussiëren over ieder woord en leesteken in een tekst, komt bovenstaande voor mij in de basis op het volgende neer: in hoeverre wil ik me conformeren aan de meest gangbare keuzes in taalgebruik van ‘goed gecorrigeerde’ thrillers. ‘Goed gecorrigeerd’ tussen aanhalingstekens, want wat is goed?

Spelende thrillerschrijfster

Tuurlijk, taalkundig wil ik dat het verzorgd in elkaar zit. Toch wil ik ook de vrijheid hebben om, geheel op eigen wijze, te spelen met taal. Ik streef er niet naar om een algemeen geconformeerde thrillerschrijfster te zijn. Ik streef ernaar unieke content te maken. Ik wil verrassen. Spelen. Uitproberen. Liever dat, dan volledig aanpassen aan hoe het hoort. Aan wat gangbaar is.

Bij elke keuze die ik maak voor Skoftig, vraag ik mezelf dan ook af: in hoeverre wil ik me conformeren? Conformeren aan de lezer, aan de markt en aan mijn authentieke zelf. Ik houd daarbij tevens rekening met mijn doelen.

Elke keuze in dienst van het verhaal

Dus in mijn boek mogen wat Marleen-vondsten blijven staan. Ik wil mijn stem laten horen. Ik wil mijn eigen stijl zichtbaar maken. De lezer kan zelf kiezen of het hem wel of niet aanspreekt. Het belangrijkste voor mij is dat het verhaal spannend en goed leesbaar is, dus elke keuze staat in dienst daarvan, maar dat doe ik wel op mijn eigen manier.

Herkenbare thrillercover

Dit voer ik ook door in een ander creatief aspect van het boek: de cover. Ik wil dat de cover van Skoftig voor de lezer onmiddellijk herkenbaar is als thriller, maar ik wil niet meegaan in de thrillercoverhype van lichaamsdelen, vrouwengezichten met rode lippenstift en vage schimmen in het donker. 

Wees eigenwijs!

Overigens heb ik mijn vormgever wel geïnstrueerd dat, wanneer hij een in zijn ogen geniaal idee heeft dat tegen mijn voorkeuren ingaat, hij het me vooral moet voorleggen.

Eigenwijsheid voorop, in het creatieve proces.

Of nee, was het nu spanning?

In ieder geval ik blijf spelen met taal. Ik blijf spelen als schrijver. Als mens. Een mens met een eigen stijl. En zo is de bord weer rond.

Geintje.

Zo is de cirkel weer rond.

SPREID HET WOORD!

Facebook
Twitter
RSS